Vrijheid van onderwijs maar vanuit welk perspectief?

31 juli 2018

In Nederland is de vrijheid van onderwijs in de grondwet (artikel 23) verankerd. Dat is een groot goed. Dit betekent dat het scholen vrij staat het onderwijs in te richten naar eigen pedagogisch-didactische-visie met of zonder levensbeschouwelijke basis.

Het gegeven dat wij als ouders de school voor onze kinderen mogen kiezen, is (hoewel Europees geregeld) iets wat niet overal vanzelfsprekend is. In landen als Finland, Frankrijk, Australië, Noorwegen, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk, sommige Duitse deelstaten en verschillende staten in de Verenigde Staten, worden kinderen voor publieke scholen ingedeeld naar postcode – met neveneffecten op huizenprijzen in wijken met ‘goede’ scholen.

Het hebben van een keuze maakt ook dat het voor ons als ouders belangrijk is om die keuze heel bewust te maken. Daarvoor is het noodzakelijk ook voor jezelf je eigen en persoonlijke antwoord op de waartoe-vraag (“Wat is het doel van onderwijs?”) te beantwoorden, en vervolgens op dat antwoord je eigen onderwijskeuzes te baseren. Op deze vraag zijn geen goede of foute antwoorden te geven – wel meer of minder bewuste of doordachte antwoorden. 

Perspectief 1
Het doel van onderwijs is het behalen van een op intelligentieniveau gebaseerd en door de overheid gecontroleerd diploma, door middel van het aanbieden van een gedegen vakinhoud, klassikaal geïnstrueerd door een vakkundig docent.
Door de groeiende behoefte om kennis van mens tot mens over te dragen en dit structuur te bieden, werden sinds het begin van de 19e eeuw steeds meer scholen opgericht en ontstond vanaf 1917 dankzij de gelijkstelling in bekostiging het onderwijssysteem zoals we dat nu in grote lijnen nog kennen. Om zicht te houden op de kwaliteit van het onderwijs ontstond bij de overheid de behoefte de opbrengsten van het onderwijs zichtbaar te maken en onderling met elkaar te kunnen vergelijken op basis van een vastgestelde norm. Deze resultaten geven inzicht in de kwalificatie van de leerlingen, gemeten op een aantal vastgestelde domeinen ten opzichte van die norm en bieden inzicht in de mogelijkheden van deze leerlingen deel te nemen aan passende vormen van (vervolg)onderwijs. Eind jaren ‘90 begon de OECD met de internationale PISA-ranglijsten – een soort internationale Cito-toets om landen onderling met elkaar te kunnen vergelijken op onderwijsgebied. Sindsdien werd onderwijskwaliteit een politiek issue, en ontstond het streven om ‘het beste onderwijs van de wereld’ te hebben. Eerder was het funderend onderwijs (van 4 tot 16/18 jaar) nooit zo heel belangrijk in Den Haag en de publieke opinie.

Deze inrichting van onderwijs is sinds jaar en dag onderdeel van ons dagelijks leven, basis van onze ontwikkeling tot de mens die we nu zijn. Het is, volgens de gangbare keuzes van ouders, leerkrachten, studenten, bestuurders, politici, veelal de gewoonte, de ‘gepercipieerde realiteit’.

Perspectief 2
Het doel van onderwijs is het op een volwassen manier in de wereld komen, door onderwijs te geven in drie domeinen: kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming.
Dit is de visie van Gert Biesta, hoogleraar “Pedagogische dimensies van onderwijs, opleiding en vorming” aan de Universiteit voor Humanistiek (namens het NIVOZ), dat is verwoord in zijn boek “Het prachtige risico van onderwijs”. Gert Biesta’s visie wordt zeer breed gedragen in het Nederlandse onderwijsveld en wordt in de ontwikkeling van het onderwijs inmiddels als standaardwerk gezien. Het vormt de basis van onder andere het advies over de ontwikkeling van een nieuw curriculum van het platform Onderwijs 2032, het advies over het leren van de toekomst van De Nationale Denktank, en van diverse nieuwe scholen die afgelopen tijd zijn opgericht of in oprichting zijn. Biesta onderscheidt drie doeldomeinen van het onderwijs, zonder voor te schrijven hoe deze drie domeinen precies ingevuld zouden moeten worden omdat in ieder van de domeinen nog heel verschillende visies geformuleerd kunnen worden over wat wenselijk is. De drie domeinen zijn:

  • Kwalificatie: het verwerven van kennis, vaardigheden en houding die jonge mensen kwalificeren om iets te doen.
  • Socialisatie: de manier waarop we via het onderwijs deel worden van bestaande tradities en praktijken
  • Persoonsvorming (of subjectificatie): de persoonlijke ontwikkeling, hoe we leren te zijn in relatie tot anderen, wat het betekent om verantwoordelijk te zijn, en open te zijn en te blijven ten opzichte van de vragen die op ons af komen.

Voor een toelichting op de theorie van Gert Biesta en de drie domeinen, verwijs ik je naar artikelen op de website van wij-leren.nl over het prachtige risico van onderwijs en over persoonsvorming en subjectificatie en naar een artikel op de website van het NIVOZ.

Biesta noemt ook zeven thema’s voor het onderwijs: scheppen, communicatie, lesgeven, leren, emancipatie, democratie en virtuositeit. Ik kan het lezen van zijn boek zeer aanraden.

Perspectief 3
Er zijn vier doelen van onderwijs: economisch, cultureel, sociaal en persoonlijk.
Dit is de visie van Sir Ken Robinson verwoord in zijn boek “Creatieve scholen” (Creative Schools). Emeritus Professor Sir Ken Robinson is bekend van zijn TED talks, oa “Do Schools kill creativity?”, “Bring on the learning revolution” en “Changing education paradigms”, die met tientallen miljoenen views de best bekeken TED talks ooit zijn.

Robinson ziet vier doelen voor het onderwijs:

  • Economisch: onderwijs moet leerlingen in staat stellen om economisch verantwoordelijk en onafhankelijk te worden
  • Cultureel: onderwijs moet leerlingen in staat stellen om hun eigen cultuur te begrijpen en te waarderen en de diversiteit van andere culturen te respecteren
  • Sociaal: onderwijs moet jongeren in staat stellen om betrokken en actieve burgers te worden
  • Persoonlijk: onderwijs moet leerlingen in staat stellen om zich zowel in te laten met hun innerlijke wereld als met de wereld om hen heen

Hoewel Sir Ken Robinson wel eens wordt verweten ‘te veel op creativiteit gefocust te zijn’, gaat hij in zijn boek ‘Creatieve Scholen’ in op de invulling van de volle breedte van zijn vier doelen. Het biedt ook een interessante kijk op de onderwijsgeschiedenis en is in het algemeen zeer lezenswaardig.

“Onderwijs is onze kinderen leren te verlangen naar de juiste dingen” (Plato, 427-347 voor Chr.)

Contact

Bergse Linker Rottekade 315
3056 LK Rotterdam
010 - 35 100 26
info@pcohs.nl